Kastanjezorg.nl
 
Home
Cameraria
Guignardia aesculi
Bloedingsziekte
Contact gegevens
Disclaimer
Per 25 september 2010 zijn wij verhuisd

 

PDF Afdrukken

Ontwikkelingsstadia van Cameraria ohridella

De paardekastanjemineermot kent zoals alle vlinders en motten vier volledige ontwikkelingsstadia. Achtereenvolgens zijn dit: imago, ei, larve en popstadium.  Bijzonder is het aantal keer per jaar dat de paardekastanjemineermot zich voortplant. In Nederland is dit drie keer per jaar.

Imago

Lengte voorvleugels:ca 3,5 mm
Lichaamslengte: ca 5 mm
Kleur van de vleugel: metaalkleurig en oker, aan de buitenzijde zwarte randen en witte breedtestrepen
Vorm van de vleugel: franjes aan de vleugels
Verspreiding: mogelijk ook passief door wind over grote afstanden.
Vliegtijd: vanaf eind april begin mei, 2e generatie vanaf eind juni, 3e generatie vanaf eind september.

Ei

Eiafzetting: alleen op de bovenzijde van het blad (1e generatie vooral onderin de boomkroon).
Aantal eieren: per vrouwtje 20 eieren, tot 100 eieren per deel van het blad, per blad tot 300 eieren.
Uiterlijke kenmerken: witachtig, transparant, ovaalin de breedte, bij voorkeur langs zijnerven afgezet.

Larve


Larvalestadia: 5 larvalestadia, 1 spinselstadium
Uiterlijke kenmerken: Witachtig tot licht beige, geen poten.
Larvaalstadium 1 tot 3
, afgeplat.
Larvaalstadium 4 en 5, rond en duidelijk gesegmenteerd.
In larvalestadium 5: tot 5 mm lang.

Pop

Locatie: de verpopping vindt plaats in de bladmijn
Samenstelling: tijdens het laatste larvalestadium omgeeft de larve zich voor de verpopping met een zijdeachtige zachte substantie.
Overwintering: uitsluitend als pop in de cocon in de bladmijn.