Uitgangssituatie

De over geheel Europa verspreide paardekastanje-mineermot (Cameraria ohridella) is jaarlijks met drie generaties aanwezig. De rupsen ontwikkelen zich in de bladeren van de wit bloeiende paardekastanjes (Aesculus hippocastanum). Poppen van de laatste generatie overwinteren in het afgevallen blad. Ook een klein deel van de poppen uit de eerste en tweede generatie overwintert op deze wijze. In het voorjaar komen de poppen uit en vormen de eerste generatie motten. In het voorjaar blijft een klein gedeelte van de poppen in rust en wordt pas later in het seizoen actief. Deze lang inactieve poppen vormen een soort reserve, die belangrijk is voor het voortbestaan van de soort.

Daarom is blad verwijderen belangrijk!


Bij bomen in kleine parkjes in steden en in privé tuinen zijn de gevallen bladeren eenvoudig volledig te verwijderen. Hier is deze manier van bestrijden zeer zinvol. Op deze manier is het mogelijk de eerste generatie motten in het daaropvolgende jaar sterk te onderdrukken, waardoor de tweede generatie zich relatief zwak ontwikkeld. De derde generatie is wederom sterk aanwezig, deels door nieuwe motten van buitenaf.
Een onderzoek in Bern heeft aangetoond, dat er een relatie bestaat tussen het aantal motten en het aantal bomen binnen een straal van 800 meter. In Brussel is een positieve relatie gevonden tussen de aangetaste kastanjebomen met beplantingsvlakken binnen 100 meter afstand en het aantal kastanjebomen in een straal van 2000 meter. Beide onderzoeken maken deel uit van een internationaal onderzoeksproject, dat is uitgevoerd tussen 1998 en 2001.  Deze gegevens tonen aan, dat  gevallen bladeren verwijderen zinvol is, als het onderdeel vormt van grotere opruimacties. Is dit niet mogelijk, dan is de kans op een herhaalde grote schade aan kastanjebomen in het voorjaar wederom mogelijk.
Een recent uitgevoerde studie in Italië toont aan, dat door DE EERSTE DAG VAN AANTASTING UIT TE STELLEN, de Netto Plantaardige Productie vaak al aanzienlijk verbetert. De NPP is een maat voor de hoeveelheid suiker die de bomen jaarlijks produceren. Een ernstige aantasting leidt tot een verlies van 30% van de NPP. Wordt de eerste dag van aantasting vertraagd met 10 dagen, dan bedraagt het verlies slechts 15%.  Dit percentage aan verlies van de NPP zien de onderzoekers als niet bedreigend voor de bomen. De gevallen bladeren opruimen is een van de methoden om dit te bewerkstelligen. Hieruit blijkt dat zoveel mogelijk gevallen bladeren verwijderen onder alle omstandigheden zinvol is.


Tijdstip van blad verwijderen 


Het tijdstip waarop de gevallen bladeren worden opgeruimd, is minder van belang dan het feit, dat ze worden opgeruimd. Het in Bern uitgevoerde onderzoek heeft aangetoond, dat het aantal motten dat in het voorjaar tevoorschijn komt niet wezenlijk verschilt bij snel blad ruimen of later in het seizoen blad ruimen. Waardoor dit zo is, kon tot nu toe niet worden vastgesteld.
Voor zover het mogelijk is, heeft naar onze mening gevallen bladeren snel verwijderen de voorkeur. Hiermee wordt voorkomen, dat het blad door de wind wordt weggeblazen naar plaatsen die moeilijk zijn te bereiken. Door een tijdige opruimactie wordt een verdere verspreiding van de mot voorkomen, voor zover dit nog mogelijk is.
Wordt er echter besloten bij vele bomen de gevallen bladeren te verwijderen, dan is het tijdstip minder belangrijk dan de uitvoering hiervan. Hierdoor ontstaat tijd om de bladruimacties goed te coördineren en het werk uit te voeren. Onnodige pieken in arbeid- en machine inzet zijn dus te voorkomen.


Afvoeren van het blad


Het blad mag u afvoeren naar een normale composterings-inrichting. Bij deze inrichtingen wordt tijdens het composteren een temperatuur van 65 tot 70 graden bereikt. Dit is ruim voldoende om de poppen te doden, die in het blad aanwezig zijn. Op het 1ste Cameraria symposium te Praag werd hiervoor een minimale temperatuur van 40 graden aangegeven. Voor particulieren is afvoeren naar een composteringsinrichting misschien moeilijk door het grote volume aan blad. Het blad is ook zelf te composteren. Alleen bereikt men vaak niet, of onvoldoende lang, de minimale temperatuur van 40 graden. Wil men zelf composteren en de waardevolle compost later opnieuw gebruiken, dek dan de composthoop vanaf eind maart af met plasticfolie. Eind mei mag de folie worden verwijderd. De motten uit de poppen komen niet bij de boom door deze aanpak. Let erop dat u de randen van het folie goed vastlegt. De motten  kruipen door kleine gaten: 600 μm (micrometer) en groter. Leg de rand bijvoorbeeld vast met behulp van aarde.

Literatuurlijst:


GILBERT, M.A. SVATOS, M. LEHMANN & S. BACHER (2003): Spatial patterns and infestation processes in the horse chestnut leafminer Cameraria ohridella: a tale of two cities. – Entom. Exp. Et Appl. 107: 25-37.
KEHRLI, P & S. BACHER (2003): Date of leaf litter removal to prevent emergence of Cameraria ohridella in the folowing spring. – Entom. Exp. Et Appl. 107: 159-162.
Östereichische Agentur für Gesundheit und Ernärungssicherheit (2004): Fachtexte auf der entsprechende Internetseite.
NARDINI, A. S. SALLEO, F. RAIMONDO, M. SCIMONE (2004): Impact of Cameraria ohridella on water relations and photosynthetic productivity of Aesculus hippocastanum: scaling from single leaf to whole tree, proceedings 1st International Cameraria symposium IOCB Prague March 24- 27, 2004